Laden...

Collectief Walden gaat stoppen

Collectief Walden gaat stoppen

Ons werk is nog lang niet gedaan. We stonden er goed voor, hadden belangwekkende en ambitieuze plannen en we waren vol vuur. Maar Collectief Walden stopt. 

Al vroeg in het bestaan van Walden waren we ons ervan bewust dat we met de samenstelling “een bioloog, een filosoof, een dramaturg, een mimer en een producent” een interessant imago opriepen. Never mind dat de bioloog veel meer functioneerde als conceptueel kunstenaar en muzikant; de mimer als scenograaf; de dramaturg als maker en speler; de filosoof als storyteller en tekstschrijver en dat ook de producent bijna altijd een kostuum droeg bij voorstellingen – later maakten we van die dubbele petten an sich weer aan trademark. Allemaal hadden we in het begin het gevoel dat we de rol waarmee we naar buiten traden, er een beetje bij deden. Never mind ook dat onze samenstelling vanaf het begin al soms iets wisselde – dag Judith, hi Seline – zonder dat we daar al te veel de aandacht op vestigden. 

Al net zo sterk het frame over wie we waren, was dat over wat we maakten: beeldend nonfictief theater (al hadden we over dat ‘theater’ de meeste discussie) in landschappen, over landschappen. Talig, zintuiglijk, site-responsive. En in het begin voegden we daaraan toe: we doen alles zelf, besteden niets uit en geven de voorkeur aan mens-, span- en zwaartekracht boven elektriciteit. 

Hoe ontstaat zo’n duidelijk collectief met zo’n duidelijke signatuur? Succes mag vele vaders kennen; succesvolle collectieven kennen vele ontstaansmythen. Zeker als ze niet ‘gewoon’ een afstudeerklasje zijn. 

Een eerste geschiedenis: Twaalfenhalf jaar geleden stond er een gekke installatie op Oerol, gemaakt door een specialist in hoe zebravinken leren zingen: een bioloog die kunstenaar was geworden. Je kon je radicaal inleven in de tijdsbeleving van vogels, door aan de frequentie van je eigen zangstem te sleutelen. Twee mimers liepen ‘vervogeld’ rond zijn installatie in de Hoorner Eendenkooi op Terschelling. Half per ongeluk ontstond uit de makers van dat werk (What’s it like to be a bird? van Thijs van Vuure) en twee van de bezoekers ervan, een plukje denkers en kunstenaars die samen wat projecten aangingen, en zich ruim een jaar later Collectief Walden gingen noemen. 

Een tweede: Twaalf jaar geleden kreeg een dramaturg-in-opleiding een opdracht in de werkgroep conceptontwikkeling van zijn master, waarin je jezelf wat interessante beperkingen moet opleggen. Hij besluit voor deze theoretisch bedoelde exercitie allereerst een team te visualiseren: Thomas Lamers wil samenwerken met twee van zijn meest dierbare vrienden met ongebruikelijk talent: filosofie-studiegenoot Hellan Godee en mimer René van Bakel. Hij ontwikkelt met hen een concept over filosoof Kierkegaard als houthakker, die bespookt wordt door beelden van zijn onmogelijke liefde Regina. Als een bevriende bioloog-kunstenaar teruggevraagd wordt om iets te maken voor Oerol, maar geen concept heeft klaarliggen, schuiven ze handig de kans van de ene aspirerende maker en het plan van de andere in elkaar, en is er een recept voor theatermaken geboren. Die voorstelling over Kierkegaard werd overigens nooit gemaakt, die ligt nog altijd op een plank omdat er dat jaar urgentere verhalen te vertellen bleken.

Een laatst, minst romantisch maar zeker niet minder plausibel verhaal is dat er vijf beginnende theatermakers waren, die allemaal in de garderobe van het Muziekgebouw aan het IJ werkten, waar ze tijdens de concerten veel tijd te doden hadden en samen, dromers als ze waren, allerlei plannen bij elkaar fantaseerden waarvan er statistisch gezien wel eentje moest materialiseren. 

Een basisingrediënt in de beginjaren van Collectief Walden (2013-2015) was steeds het opdelen van een publiek in twee groepen. Wie met zijn tweeën kwam, splitsten we op. Beide groepen kregen een performance lecture te zien in het landschap, over het landschap. De ene groep zag een filosoof en de andere een bioloog. Daarna kwamen de twee groepen weer samen bij een theatrale, land-artachtige scène. In januari 2014 richtten we een stichting op, met een zeer brede doelstelling in de oprichtingsakte en ‘voor tijdelijk’ een vader en een schoonvader met bestuurlijke ervaring in het bestuur. Tussen 2016 en 2018 werden de voorstellingen langer, de dramaturgieën gelaagder, de beelden ambitieuzer en de publiekservaringen fysieker, maar altijd bleven die basisingrediënten aanwezig in ons werk. In 2016 ging WINDSTILLEVEN in première op Oerol, onze eerste ‘middagvullende’ voorstelling waarin we in één klap onze signatuur stevig vestigden, al onze tekstboekjes uitverkochten, genomineerd werden voor de BNG Bank Theaterprijs en partners en publiek aan ons bonden voor het leven. De voorstelling werd hernomen op Oerol 2017 en in nog drie andere landschappen in Nederland. In de zomers van 2021 en 2024 speelden we de Hongaarse versie, SZÉLCSENDÉLET, nog op drie festivals in Hongarije. 

Na twee keer een tweejarige ontwikkelsubsidie, eentje van het Fonds Podiumkunsten (2015-2016) en een van het Amsterdams Fonds voor de Kunst (2017-2018), volgden er twee magere jaren (2019-2020) die we probeerden te overbruggen tot de volgende kunstenplanperiode aanbrak. We maakten grote transities door. Thijs en Hellan vlogen uit. Jente Hoogeveen werd kernlid van het collectief, na een stage bij HET VERBAND VAN ALLES MET ALLES in 2018. Een nieuw, onafhankelijk bestuur trad aan in 2019. In 2021 vonden we een plekje tussen de meerjarig gesubsidieerde fondsgezelschappen, met zowel ondersteuning van het FPK als het AFK. We bereikten daarmee het doel dat we voor het eerst in najaar 2014 hadden geformuleerd. 

Hoewel het kunstenplan aanving met zware beperkingen vanwege de coronapandemie, braken Waldens productiefste jaren aan. We voerden een filosofische dinnershow op met muziek van Ed Bahonie, die met stip onze lievelingssynth-songwriter werd. In de zomers van 2021 en 2022 legden we EILAND in het IJ. Via een trekveertje voeren we het publiek een voor een over, terwijl we ze ondervroegen over hun band met Amsterdam; of ze familie in hoger gelegen gebied hadden en of ze Duits spraken. Op het EILAND aangekomen, kleedde het publiek zich om (aan de kade hebben ze zwemkleding, een handdoek en slippers geleend) en gingen ze liggen in een infraroodsauna onder de blote hemel. Uit speakers links en rechts klinkt een soort meditatie, over de komende 250 jaar van Amsterdam, die tevens haar laatste zullen zijn. Na de meditatie hoor je Ed Bahonie zingen: “We hebben nog maar even, eindeloos, dat was eenmaal. Wat een mooie tijd, eindeloos”. De vorm van EILAND? Een 3D-schaalmodel van de Veluwe: het eerste eiland dat je tegenkomt als je na de overstroming van Amsterdam naar het oosten vaart, op wat heuvelrugjes na. Tot in 2024 werkten we door aan een monument voor het einde van Amsterdam, GEDENK TE OVERSTROMEN, dat onthuld wordt tijdens Re_Nature op Ruigoord te zien zal zijn in de Oase van Verwondering.

In augustus 2021 reden we, op de terugweg van Budapest (waar we in de openlucht wel hadden kunnen spelen, terwijl dat in Nederland nog niet mocht) langs Flachau in Oostenrijk, voor een zomers locatiebezoek in het ski-oord. Een halfjaar later speelden we in januari op minus20degree voor het eerst in een sneeuwbui, terwijl het publiek verwarmd op onze radiatorbankjes zat. Het was het eerste project waarin we verbatim citaten van geïnterviewde bewoners (met alle ehs en ahs en versprekingen behouden) gebruikten als libretto voor nieuw door Annelinde Bruijs gecomponeerde liederen. Dat recept pasten we na Flachau nog toe in Amsterdam Noord, om met bewoners te fantaseren over het gedenken van de toekomst (en het einde van Amsterdam) en op het festival Inside Out Dorset in Bere Regis en Shitterton, om te inventariseren hoe men zich daar verhoudt tot de bodem en de rewilding die daar te gebeuren staat. Internationaal was Collectief Walden verder actief binnen de netwerken In Situ en LAND en zijn we oprichtend partner van The Big Green, een samenwerkingsverband ter vergroening van de kunst en vooral: ter vergroening van de samenleving via kunst.

We maakten bij onze installatie RADIX, over onze paradoxale omgang met invasieve exoten, een aflevering voor de NTR-podcast DOCS: Er woekert een probleem in onze bodem. We interviewden Terschellingers over hoe ze omgaan met verandering, en maakten een inspirerend en bij vlagen hartverscheurend luisterwerk op het strand: de Nulmeting. Het jaar erop maakten we geïnspireerd op allerlei wijs- en dwaasheden over hoe we de eeuwigheid tegemoet kunnen zien NAU, een feest dat eigenlijk eeuwig herhaald zou moeten worden. Collectief Walden ontpopte zich op de valreep, natuurlijk weer niet zonder Ed Bahonie, tot party starters

Naast onze kunstwerken, zijn we trots op het activisme dat steeds meer doorsijpelde in onze werking. We namen het initiatief tot een collectief gebaar van theaterinstellingen richting het pensioenfonds van de culturele sector, PFZW, om te stoppen met investeren in fossiele bedrijven. Samen met Fossielvrij PFZW, Groen Pensioen en vele andere maatschappelijke partijen en bezorgde pensioendeelnemers is dat gelukt: PFZW kondigde dit jaar bijna een volledige divestering uit de fossiele sector aan. Ook initieerden we samen met Tolhuistuin, Jakop Ahlbom Company, Warming Up en Eurosonic/Noorderslag het statement TE ZIJN OF NIET TE ZIJN, waarmee uiteindelijk meer dan 200 culturele instellingen de klimaatnoodtoestand uitriepen. Ze committeerden zich aan het vergroten van hun positieve bijdrage aan ecologische en maatschappelijke veranderingen en het verkleinen van hun afvalstromen en uitstoot. Ook zetten we in het laatste jaar onze eerste stappen in talentontwikkeling: van Tabor Idema produceerden we samen met Over het IJ festival HET GEWICHT VAN LUCHT, over hoe het is om op te groeien en te leven naast de grootste vervuiler van Nederland, als die ook de grootste werkgever van je gemeenschap is: Tata Steel. 

We stonden op het punt om nog veel meer plannen te gaan realiseren. Onze missie was nog lang niet voldaan. Die missie was om in onze gemeenschappen steeds opnieuw, op een even troostrijke als uitdagende manier, te oefenen in het omgaan met verandering. En om, voorbij de clichés van de ‘silver lining’ of de ‘crisis als kans’, in alle omstandigheden te proberen even nuchter als hoopvol naar de toekomst te kijken. Dat is nodig, gezien alles wat ons te wachten staat. Dit jaar blijkt Collectief Walden tot haar eigen doelgroep te behoren. Nu vertrouwen we ons toe aan de steun en troost van onze gemeenschap. Want we zijn verslagen door dit nieuws. We zijn verdrietig, gefrustreerd en boos. Het voelt niet alleen onzinnig, maar ook als een verspilling van alle investeringen die het Rijk en de gemeente Amsterdam de afgelopen tien jaar in ons hebben gedaan, om nu te stoppen terwijl we voor ons gevoel aan het begin van een lange bloeiperiode stonden. 

Collectief Walden bestaat om een verschil te maken in de wereld. We geloven in ons werk. En we weten: er is tijd, geconcentreerde samenwerking en geld nodig om de kwaliteit te leveren waar Walden voor wil staan. Zonder meerjarige overheidssubsidie kunnen we dat niet meer garanderen. Dan versnippert onze aandacht en verwatert onze missie. Maar die is daar te belangrijk voor. 

Nu Collectief Walden grond verliest, verliest de groep mensen waaruit we bestaan ongewild onze vanzelfsprekende samenhang en gedeelde opdracht. We kiezen ervoor om allemaal dit existentiële moment in openheid tegemoet te gaan, met als consequentie dat voor alle leden en medewerkers van Collectief Walden er iets anders uit zal komen. We doen ons best om deze pijnlijke vrijheid te omarmen. Om de eigen soort van waarde te zien die er zit in loslaten, en ruimte maken voor iets nieuws, al wilde je het oude niet kwijt. 

Op 9 november om 14:30 uur vieren we ons 12,5-jarig jubileum en staan we stil bij ons einde in de IJzaal van de Tolhuistuin in Amsterdam, tijdens Warming Up. Dan veilen we ook 12,5 bijzondere objecten die samen symbool staan voor ons hele bestaan. Jullie zijn van harte welkom om met ons terug te kijken en te proosten op een bijzondere tijd. We kunnen jullie aanwezigheid goed gebruiken. 

Artikel van Volkskrant op 31 oktober 2024 over het beëindigen van Collectief Walden is hier te lezen.

Collectief Walden was:

René van Bakel

Jente Hoogeveen

Thomas Lamers

Raïssa Pater

Jaël Kaat

Fleur Koswee

Thijs van Vuure 

Hellan Godee

Seline Gosling

Marieke van Delft

Naomi Russell

Judith Hazeleger

Katz Laszlo

Terugkerende medemakers waren onder andere:

Jaap Warmenhoven

Leonie Baars

Jermaine Berkhoudt

Maria Stuut

Isabella Cavaljé

Stan Frijsinger

Freek van Zonsbeek

Annelinde Bruijs

Markoesa Hamer

Lisah Baert

Eline Arbo

Maren E. Bjørseth

Vera Vlot

Eva Schmetz

Wouter van Elderen

Koen Frijns

Matthijs IJgosse

Matthias Sigurdsson

Inez Reintjes

Bram van Gameren

Kelvin Pater

Dominic Kraemer

Luca Borsos

Dalma Magasi

Hanna Molovits

Pál Nyári 

Lorna Rees

Kaj Sintemaartensdijk

Sander Goosen

Gilles Goosen

Sam Bachy

Thijs Veerman

Basse Stittgen

Juul Dekker

Thomas Dolman

Amba Molly

Belangrijke partners waren onder andere:

Oerol

Over het IJ

Tolhuistuin

Warming Up Festival

Fanni Nánay / PLACCC Budapest

Inside Out Dorset

De Brakke Grond

Anne Reenders / Land Art Contemporary

Theo Deutinger / minus20degree

The Big Green

Staatsbosbeheer

Natuurmonumenten

EXECUTIEVEILING + JUBILEUM, tijdens Warming Up Festival 2024